
Bijna elke melder heeft tegenwoordig opnames. Gemaakt met de telefoon, om drie uur 's nachts, met de microfoon tegen de muur. U hoort er inderdaad iets op: gebonk, een televisie, stemmen. De melder ziet het als bewijs. Dat is begrijpelijk, en het is ook niet helemaal onwaar. Maar het is een ander soort bewijs dan het lijkt.
Een opname vertelt wát, niet hoeveel
Een telefoon legt geluid vast, geen niveau. Er zit geen ijking in en geen referentiepunt. Hoe hard iets werkelijk was, valt er niet uit af te leiden: dezelfde opname klinkt anders op elke telefoon en met elke instelling. Zo'n opname vertelt u dus wel wat er gebeurt, en op welk moment. Dat is nuttig, want het zegt waar u naar moet zoeken. Maar het zegt niet hoeveel, en dat is precies de vraag die beantwoord moet worden.
Daar komt bij dat een opname altijd gemaakt is op het moment dat de melder besloot op te nemen. De stille uren ertussen zitten er niet in. Zonder die stille uren is er geen verhouding, en zonder verhouding is er geen patroon.
En de geluidsmeter-apps?
Er zijn tegenwoordig indrukwekkende apps die van een telefoon een geluidsmeter maken, met een decibelgetal op het scherm en een grafiek erbij. Ze zien er professioneel uit. Als bewijs hebt u er niets aan, om vier redenen.
Ten eerste is een telefoon geen klasse 1- of klasse 2-meter en is hij niet gekalibreerd. Het getal dat de app toont, is een schatting van een microfoon die gemaakt is om te bellen. Ten tweede laat zo'n app pieken zien, geen langetermijngemiddelde. Bij een beoordeling wordt gemiddeld, met de nagalm van de ruimte, het achtergrondgeluid en het eigen geluid van de woning eraf. Dat doet geen enkele app. Ten derde meet de app alles: ook de melder zelf, de eigen televisie en het verkeer buiten. En ten vierde is het eenvoudig te manipuleren, met de hand bij de microfoon of de telefoon tegen de muur. Een tegenpartij, of een rechter, weet dat ook.
Waar zo'n app wél voor kan dienen: als logboek. Een melder die met de app bijhoudt wanneer het speelt, heeft iets om aan de verhuurder te melden. Maar de verhuurder moet daar dan nog steeds doorheen, en kan er geen oordeel op bouwen. Het blijft de melding; de meting moet nog komen.
Waar een dossier op staat
Een dossier dat standhoudt heeft vier dingen nodig. Ten eerste een meting met een gekalibreerde klasse 1-geluidmeter, zodat het niveau klopt en herleidbaar is. Ten tweede een plaatsing die klopt: in een verblijfsruimte van de melder, een halve meter van elk voorwerp, met ramen en deuren dicht tijdens de drukmomenten. Ten derde een periode die lang genoeg is om herhaling te laten zien. En ten vierde een beoordeling door iemand die het dossier niet kent.
Dat laatste is minder vanzelfsprekend dan het klinkt. Wie de verhalen van beide partijen kent, hoort de opnames anders. Daarom krijgt de analist bij ons bewust geen logboeken en geen achtergrond: alleen de gemeten data. Een tweede analist controleert het werk van de eerste, en de rapporteur doet daarna nog een steekproef.
Wat u met de opnames van de melder doet
Gooi ze niet weg. Ze zijn de aanleiding om te meten, en ze helpen om de meting goed te richten: op welke uren, op welk soort geluid, uit welke richting. Maar leg ze naast het dossier, niet erin. Het dossier bouwt u op de meting.
Rapportages van BurenlawaaiNu zijn in meerdere rechterlijke uitspraken gebruikt. Niet omdat ze harder oordelen dan een opname, maar omdat ze uitlegbaar zijn: wat er is gemeten, wanneer, hoe vaak, en hoe dat zich verhoudt tot de geldende normen. Dat is het verschil tussen iets horen en iets vaststellen.
